![]() |
Vrouwen verkeren nog steeds in een sportieve achterstandspositie. De Noorse succesvolle marathonloopster Grete Waitz was een vrouw die met name in Scandinavië door haar persoonlijkheid en prestaties veel vrouwen er toe aanzette zelf de loopschoenen aan te trekken. Maar bijvoorbeeld in Ierland duurde het nog lang voordat ook daar een joggende vrouw als heel gewoon
De historie van vrouwen in de atletiek is onlosmakelijk verbonden met de Olympische Spelen van Amsterdam (1928). Vrouwen maakten aldaar op vijf atletiekonderdelen hun olympische debuut, maar alle nummers langer dan 100 meter werden vervolgens voor decennia in de ban gedaan. Want drie van de zes finalisten op de 800 meter vielen na afloop als 'doode musschen' op de sintels neer. Vrijwel niemand gaf de organisatie daarvan de schuld, terwijl series en finale toch vrij kort op elkaar - twee opeenvolgende dagen - plaatshadden.
Steeple
Pas na 1960 kroop de lopende vrouw weer uit haar schulp en sinds enige tijd is ook de steeple geëmancipeerd. De afstand is evenwel een kilometer korter dan bij de mannen. Hoe belachelijk een dergelijke achterstelling is, bewees de recente geschiedenis, met bijvoorbeeld de razendsnelle opmars van vrouwen met de polsstok. De techniek laat het nauwelijks nog afweten en het geheel van vrouw, stok, lat en mat doet de leek vermoeden dat er nooit een polsstokloos tijdperk is geweest.
De interessantste ontwikkelingen zijn echter niet te vinden op het wereldpodium, maar in de achterhoede van het peloton. Grete Waitz en Kathrine Switzer zijn daarbij de boeg- en voorbeelden, door wie duizenden vrouwen huis en haard verlieten en besloten te gaan lopen. De tweede running boom, die momenteel vanuit de Verenigde Staten overwaait, wordt dan ook voor een belangrijk deel verklaard uit de grotere aantallen vrouwen op de weg.
Deze sportieve activiteit heeft behoorlijk bijgedragen aan de 'bevrijding' van vrouwen. Wie daaraan twijfelt, wordt door Grete Waitz uit de droom gehaald. Door negen overwinningen in de New York Marathon, zes wereldrecords en vijf wereldtitels veldlopen werd de Noorse een pionier zoals de sportwereld zelden zag.
Vrouwenloop
Waitz: 'Ik dacht ooit dat ik geen feministe was, nú wel. Mijn beeld van het feminisme en lopen veranderde door een wegwedstrijd in Oslo. De allereerste Grete Waitz Lípet in 1984 trok tot mijn verbazing drieduizend vrouwen. Met zo'n vijftigduizend loopsters is het nu de grootste vrouwenloop ter wereld. Ik weet dat deze loop voor de deelneemsters veel betekent.
Ik word het hele jaar op straat aangeklampt door loopsters die zeggen: bedankt voor wat je voor me gedaan hebt. Veel van deze vrouwen hebben allerlei obstakels moeten overwinnen om te kunnen lopen. Deze race heeft heel veel levens veranderd, ook dat van mij. In de vrouwenloop van Oslo lopen mindervaliden, beroemde entertainers, de premier van Noorwegen plus zes van haar ministers, werklozen, gevangenen, ex-drugsverslaafden en psychiatrische patiënten die ontdekten dat lichamelijke oefening hun zelfrespect verbeterde.
De loopsters variëren in leeftijd van twaalf tot negentig jaar, ze komen alleen of in grote groepen. Op het moment dat ik het startschot geef, overkomt me daarom een onbeschrijflijk gevoel. Elke keer is het weer kippenvel en tranen.' In Zweden en Finland trekken dergelijke evenementen ook tienduizenden loopsters.
Het specifieke belang van deze wedstrijden (zie ook de Nederlandse vrouwenloop) is, veel sterker dan in het vrijgevochten Scandinavië, tot uitdrukking gekomen in Ierland. Met slechts een handvol kunststofbanen - Nederland telt er ruimschoots honderd - kan Ierland op sportgebied rustig onderontwikkeld worden genoemd. Toch groeide de Mini Marathon voor vrouwen, een tien-kilometerloop te Dublin, in vijftien jaar uit tot een race met bijna dertigduizend loopsters (meer dan enige loop in Nederland).
Dat vrouwen gingen lopen, was in Ierland op zich al ongehoord. Nog in de jaren vijftig veroordeelde aartsbisschop McQuaid de vrouwen die hun gezinnen in de steek lieten en zich met onbedekte benen op straat vertoonden. Bedenk dat op dit eiland de klank van de katholieke kerk luider weergalmt dan waar ook. Abortus is nog steeds verboden waardoor duizenden Ierse vrouwen ieder jaar naar Groot-Brittannië reizen om hun zwangerschap te laten onderbreken.
Sportapartheid
De opmerkelijke gebeurtenissen in Dublin zijn voorts te verklaren uit het feit dat vrouwen door de traditionele Ierse sporten geheel worden verwaarloosd of zelfs niet mee mógen doen. Tot voor kort was er sprake van een zekere sportapartheid. Pas zeer recent hebben golf- en country-clubs zich voor vrouwen opengesteld, nadat de overheid had gedreigd subsidies in te houden. Maar hurling en gaelic football blijven typische, Ierse mannensporten. Het lopen van zoveel Ierse vrouwen wordt daarom bestempeld als de reactie op decennia van verwaarlozing en frustratie.
De successen van Sonia O’Sullivan en Cathrina McKiernan, én de openstelling van de olympische marathon voor vrouwen (1984) zetten ook voor de Ierse vrouw de deur wagenwijd open. Waitz: 'Deze sport wordt nog te veel door mannen beheerst. Het is belangrijk voor vrouwen elkaar te steunen en daarom is de ambiance in Dublin voor hen bijzonder prettig. Ze stellen zichzelf een doel, hoe bescheiden ook. En ze kunnen dat zo gemakkelijker realiseren. Dát is belangrijk.'
Reizende ambassadrice
Het moderne idool voor loopsters heet Merlene Ottey. Ze staat aan de wereldtop sinds 1980 en is inmiddels de veertig al gepasseerd. De gracieuze sprintster, tevens 'Hare Excellentie de Reizende Ambassadrice van Jamaica', was in 1998 de beschermvrouwe van het speciale IAAF-jaar van de vrouw. Ottey neemt geen blad voor de mond: 'Er is een hoop verbeterd sinds de jaren zeventig. Toch is van volledige gelijkheid nog geen sprake. Wereldrecords van vrouwen worden door de media anders benaderd dan records van mannen. Ik mag dan, door allerlei omstandigheden, de bekendste sporter van Jamaica zijn, maar dat heeft geen betekenis voor de positie van de vrouw. Onze kampioenschappen voor junioren worden in verschillende weekeinden georganiseerd. Bij de jongens is het stadion afgeladen, ook met pers. Bij de meisjes is het zonder publiek en pers een fletse bedoening.’
Islamitisch
De mentaliteitsverandering zal voornamelijk uit de maatschappij moeten komen, maar de sport kan eraan bijdragen. Zoals door de Grand Prix wedstrijd in het islamitische Doha (Qatar). Daaraan mochten enkele jaren geleden voor het eerst vrouwen meedoen en dat is een erg interessante ontwikkeling. De sport wordt een steeds belangrijker kanaal voor vrouwen om zich te verzekeren van onafhankelijkheid, van culturele vooruitgang en van het recht zelf te kunnen kiezen.'
Wat voorbeelden als Waitz en Ottey teweegbrengen, ervoer Anny Schmitz, enkele jaren waarnemend voorzitter van de Nederlandse atletiekunie (KNAU), van nabij. Ze was tevens actie in de - inmiddels met een mannenclub gefuseerde - damesatletiekvereniging ADA (Amsterdam).
Schmitz: 'Na de olympische titel van Ellen van Langen (800 meter, 1992) stróómden de nieuwe leden binnen. Hetzelfde gebeurde in 1948, na het viervoudige olympische goud van Fanny Blankers-Koen (foto). Haar voorbeeld valt ook niet te onderschatten. Ze wordt nog steeds over de gehele wereld uitgenodigd.'
![]() |
Borrelcircuit
Blankers-Koen heeft nooit de behoefte gehad om bestuurlijk carrière te maken, Schmitz wel. Ook dat ging, parallel aan de atletes op de baan, niet zonder horten en stoten. Schmitz: 'De houding van een groot aantal mannelijke bestuurders ten opzichte van vrouwen moet veranderen. Dat kringetje is nog steeds te beperkt. Men zoekt te veel in het eigen borrel- of sigarencircuit en verliest daarbij een aantal vrouwen met capaciteiten uit het oog. Het is toch opvallend dat er in de vele IAAF-commissies nauwelijks vrouwen zitten. Je maakt mij niet wijs dat er voor al die commissies geen vrouwen te vinden zouden zijn.’
Met de ellebogen
‘Om ergens op een kieslijst te komen, zeker in de sport, moeten vrouwen meestal zelf opstaan. Als je geen topsportachtergrond hebt, moet je dikwijls nog harder vechten. Bovendien moeten vrouwen zich eerst, bij de kandidaatstelling in eigen land, met de ellebogen naar voren werken. En als er eens een man zich ontzettend sterk maakt voor de kandidatuur van een vrouw, zijn er altijd weer andere mannen die daar hun wenkbrauwen bij fronsen.'
Schmitz stelt tot slot dat sportieve drempels in de atletiek niet meer bestaan, en verwijst onder meer naar de gelijke aantallen jonge meisjes en jongens in de atletiek. Op latere leeftijd hebben vrouwen echter nog een lange weg te gaan, maar ze zijn inmiddels hard op weg de mannen bij te benen. In de Verenigde Staten zijn reeds marathons met evenveel loopsters als lopers aan de start. Nederland volgt deze ontwikkelingen meestal tien jaar later. Tot 2010!