Een wijs man verklaarde ooit dat het enige verschil tussen een jogger en een wedstrijdatleet zit in de hoogte van het startnummer. Daar zit een kern van waarheid in, maar aan de start van veel regionale wedstrijden staan ook lopers die slechts de wedstrijd willen uitlopen. Misschien willen ze iets sneller lopen dan in de training, maar verder zijn ze nauwelijks geïnteresseerd in de uitslagenlijst. Dus deelname aan zo'n loop is echt voor iedereen weggelegd.
Heeft u interesse in het lopen van een wedstrijd, en u merkt dat u steeds fitter wordt, dan moet u het zeker eens proberen. Het is volkomen normaal dat u zich zo?n eerste keer wat zenuwachtig voelt, maar ook nieuwsgierig bent naar de eindtijd. Bedenk wel dat u zelf bepaalt hoe hoog u de lat legt. Verwacht tijdens zo?n eerste wedstrijd niet te veel. Vraag ook niet te veel van u zelf, want dan kan het alleen maar op een teleurstelling uitlopen.
Welke wedstrijd?
Hoe kan ik het beste met een wedstrijd beginnen? Zoek een plaatselijke of regionale kleine wedstrijd. Vaak wordt er naast een ?grote? tien-kilometerwedstrijd ook een wedstrijd over een kortere afstand voor recreanten georganiseerd. Begin met zo?n kleine wedstrijd. Na een jaar kunt u dan een wedstrijd van een wat hoger niveau proberen.
Begin ook met een wedstrijd met een vlak parkoers en zoek een dag met mooi, aangenaam weer uit en een lage luchtvochtigheid. Het is verder verstandig om zo?n eerste wedstrijd samen met een trainingspartner te lopen.
Rustig beginnen
Begint u vooral niet te snel. Raakt u in de eerste minuten buiten adem, verlaag dan uw tempo, ontspan u en loop verder in hetzelfde tempo als u in uw trainingen gewend bent. Beheerst komt u dichter bij de finish en dan kunt u altijd nog uw tempo verhogen. De meeste lopers hebben verschillende wedstrijden nodig om hun ideale tempo te vinden. Dat is het tempo waarbij u uw beschikbare energie gelijkmatig over de wedstrijd verbruikt (bereken hier uw eindtijd en vervolgens uw wedstrijdtempo).
Denk bij uw eerste wedstrijd aan deze adviezen. Dan zult u iedere keer weer naar een race uitkijken. Wedstrijden zijn er om van te genieten; een gezonde uitdaging waar u vooral plezier aan moet beleven.
Wedstrijdverslaving
De meest riskante periode voor een loper is de tijd na de eerste wedstrijd - zeker als die eerste wedstrijd een succesvol debuut was. Ga niet gelijk ieder weekend een wedstrijd lopen, want dan kunt u blessures oplopen of in een neerwaartse spiraal geraken.
Pas ook op voor de ?marathonkoorts?. Sommige beginners springen, na een paar kleine vijf-kilometerwedstrijden, gelijk in het diepe en beginnen met de training voor een van de grote marathons, zoals die van Rotterdam. Probeer daar niet in mee te gaan. De marathon bestaat al ruim honderd jaar en zal er tegen de tijd dat u er echt klaar voor bent, ook nog wel zijn. Het moet tenslotte een prettige ervaring worden en geen verschrikkelijke overlevingstocht die uw zelfvertrouwen zou aantasten en u tot de volgende uitspraak zou kunnen verleiden: ?Ik loop nooit meer een marathon!?
Goede voorbereiding
In plaats daarvan moet u de stap naar de marathon goed voorbereiden door (twee)wekelijks een lange duurloop aan uw trainingsprogramma toe te voegen. De lengte van een lange duurloop begint met een afstand van tien tot vijftien kilometer en geleidelijk voert u dat op tot zo?n dertig kilometer.
Ook een aantal wedstrijden over vijftien kilometer, de halve marathon of dertig kilometer kunnen een goede test zijn en u fysiek en mentaal voorbereiden op de volledige marathon.
Het is niet zo dat u geen ware loper bent als u geen marathon uitloopt. Er zijn heel veel goede lopers die nooit een marathon hebben gelopen. Een loper is simpelweg iemand die loopt. Meer niet. Probeer zo iemand te zijn. Stel uw eigen doelen, of dat nu vier rondjes op de atletiekbaan zijn, of volgend jaar april een echte marathon. Ook hier geldt weer dat u realistische doelen moet stellen en niet te veel van u zelf mag verlangen. Lopen is leuk en het moet ook leuk blijven.