Duurvermogen houd je tot je honderdste
Manna Kwak richt zich ondanks haar 53 jaar nog steeds op het vestigen van persoonlijke records. 'Ik voel me beter dan toen ik twintig was. Als ik niet train, ben ik juist bekaf.' De grote doorbraak in haar loopbaan kwam op 49-jarige leeftijd, toen ze zich met dubbele trainingsarbeid op de marathon stortte. Wat de moeder van vier kinderen en oma van drie kleinkinderen nog ontbreekt, is het wereldrecord op de klassieke afstand.
'Ik begon twintig jaar geleden te lopen, maar wist niet eens dat er een marathon was. In die beginjaren wist ik trouwens helemaal niets van lopen.' Manna Kwak vertelt het nuchter. Haar verhaal vertoont gelijkenis met dat van zo velen, die in de jaren zeventig met lopen op de weg begonnen. Stad en land werden afgestroopt, maar bruikbare informatie over lopen was in die periode nauwelijks voorhanden.
Als Manna Kwak de loopschoenen aantrekt is het 1978. Ze is dan 33 jaar. 'Mijn buurman vroeg mij mee te gaan. Eerder deed ik aan voetbal en handbal. Teamsporten vond ik altijd wel leuk, en egoïstisch ben ik zeker niet. Maar een teamsport geeft ook verplichtingen. Met vier kinderen was het niet altijd gemakkelijk om aan die verplichtingen te voldoen. Anders laat je het team in de steek. Fanatiek was ik wel en dat viel niet altijd in goede aarde. Ik liep veel met voetballen, was snel en stond rechtsbuiten. Voor sportende vrouwen is gezelligheid vaak het belangrijkste. Wat dat betreft was ik een buitenbeentje, ik wilde winnen.'
Kwak deed al gauw mee aan trimloopjes en na een jaar ondervond ze aan den lijve dat er ook marathons bestaan. 'Ik las een advertentie in de krant over de marathon van New York. Als je inschreef, werd je de maanden vooraf begeleid. Dat sprak me aan, maar ik trainde slechts twee keer per week. Het werd al gauw vier keer. Kan een mens dat eigenlijk wel, dacht ik nog. Daar had ik geen flauw idee van. Ik deed maar wat.
Ik wilde die marathon (New York, 1979) zonder enige ambitie uitlopen. Ik wist echt niet of 3.32 goed of niet goed was. Kennelijk was het een goede tijd, want ik kwam onmiddellijk in de Nederlandse marathonselectie. Samen met Carla Beurskens, Annie van Stiphout, Ploni Scheringa en Marja Wokke. Wat ik me vooral herinner, is het boek van Grete Waitz dat ik daar kocht. Daar was ik heel blij mee.' Na een paar marathons liep ze 3.15, maar de grote doorbraak bleef uit. 'Ik kon maar niet onder die tijd komen, totdat Wim Verhoorn in Eindhoven meefietste. Ineens liep ik 3.04.'
Na enkele jaren hield Kwak het lopen voor gezien. Ze maakte de overstap naar de triatlon met als hoogtepunt haar Nederlandse titel in 1984 in Almere. 'Lopen ging me natuurlijk het beste af. Zwemmen was mijn grootste probleem. Toen ik Nederlands kampioene werd, zwom ik uitsluitend de schoolslag. Daarna heb ik veel tijd gestoken in de zwemtraining. In mijn derde triatlon zwom ik pas de borstcrawl. Dat is minder vermoeiend. Daarna ben ik gestopt met de triatlon omdat er gigantisch veel tijd in ging zitten. Ik bleef wel lopen met de marathon als favoriete afstand.'
Belangrijkste vraag
Ruim tien jaar na New York dook Kwak voor de eerste keer onder de magische grens van drie uur, in Berlijn (2.57). In 1993, ze was inmiddels al bijna vijftig, ging het roer drastisch om. 'Sindsdien ben ik me heel serieus gaan bezighouden met de training: heel specifiek en heel intensief. In plaats van vijf of zes keer per week ging ik twaalf à dertien keer trainen. Keihard. De belangrijkste vraag was of mijn lichaam die zware inspanningen zou accepteren. Dat was het geval. Ik bleef heel. Ik trainde in feite evenveel als toppers, die echter wel allemaal twintig tot dertig jaar jonger zijn.'
De successen bleven niet uit; 1994 zou meteen haar topjaar worden. In januari haalde ze in Osaka vijf minuten van haar persoonlijk record af. 'Ruim twee maanden later stond ik in Rotterdam weer aan de start. Daar liep ik mijn allerbeste race: 2.47. Ik was toen 49 jaar. Volgend jaar nog een minuutje eraf en ik heb het wereldrecord van vrouwen boven de vijftig, dacht ik. Maar zo werkte dat niet. Sindsdien ben ik niet meer aan die tijd gekomen, maar ik heb het nog niet opgegeven.'
Inmiddels is ze 53, maar haar leeftijd, zegt ze, heeft geen greep op haar. De wil en discipline zijn allesbepalend. 'Duurvermogen houd je tot je honderdste. Als je niet genoeg traint, verlies je je snelheid daarentegen wel. Daar moet ik dus keihard op trainen. Na blessures pak ik het ritme weer snel op. Dat komt omdat ik zo veel dienstjaren heb. Ik wil succes. Mijn trainingstijden gaan niet achteruit en ik hoef er ook niet meer voor te doen dan vier jaar geleden.
Van veteranen boven de vijftig hoor ik vaak dat ze problemen krijgen. Ik voel me juist beter dan toen ik twintig was. En ik merk niet dat ik nu meer tijd nodig heb voor herstel. Ik ben zo gezond als een vis. Als ik getraind heb, ben ik normaal moe. Het voelt niet anders dan toen ik jong was.
Vroeg naar bed ga ik nooit. Daar heb ik trouwens geen tijd voor, want ik werk minstens veertig uur per week als coupeuse. Ik ben niet gewend om niks te doen, daarvan word ik juist moe. Als ik een dag niet werk en ook niet loop, ben ik 's avonds bekaf. Gelukkig kan ik overdag mijn tijd zelf indelen. Deze sport zou moeilijk te combineren zijn met een baan van half negen tot half vijf. Mijn eigen bedrijfje laat zich heel goed combineren met mijn trainingen.
Mijn vier kinderen zijn het huis uit. Als ik een record loop, weten ze het wel, maar vaak weten ze niet eens dat ik een wedstrijd heb gelopen. Op mijn jongste dochter na zijn ze niet sportminded. Wie weet worden mijn drie kleinkinderen dat wel en slaan we dus gewoon een generatie over.'
Sinds een jaar is ze gescheiden van Michel Lukkien. Hij is nog wel haar trainer en manager. 'Daar ben ik blij om. Als ik een andere trainer had moeten zoeken, was ik waarschijnlijk gestopt. Michel kent mij door en door. Hij weet precies wat er bijgespijkerd moet worden en wat ik aankan. Nee, een andere trainer had ik niet kunnen opbrengen.
Een goede haas is voor mij ook belangrijk. Die houdt me wakker. De Belg Philip van Steelandt haasde me in Rotterdam. Hij haalde water en lette op de tijd. Ik heb een haas nodig die streng is, het liefst heel streng. Voor mijn part loopt hij te vloeken. Het laatste stuk van een marathon kom je moeilijk te zitten. Dan moet mijn haas me aanmoedigen. Laat hem dan maar roepen dat ik niet moet zeuren. Ik let onderweg nergens op en zie absoluut niets. Ik ben vooral heel geconcentreerd. Doe ik dat niet, dan droom ik weg en raak ik uit mijn tempo. '
'Dertigers' geven vertrouwen
De marathon is haar afstand, 'omdat ik een en hetzelfde tempo, zonder enig verval, heel lang kan volhouden. Ik heb helaas geen goede basissnelheid. Op vlak lopen train ik heel veel. Bijvoorbeeld door de lange duurlopen van zo'n dertig kilometer in een hoog tempo - vijftien kilometer per uur - te lopen. De meeste marathonlopers lopen de lange duurlopen in een veel lager tempo, ook al omdat ze er niet snel genoeg van herstellen. Van langzame duurlopen word ik alleen maar langzamer. 's Zondags dertig kilometer in twee uur en dan dinsdags weer tempo's op de baan. Dat werkt prima bij mij. Zo geven die dertigers me het vertrouwen dat het op de marathon wel goed zit.'
Het eind van haar leven als topsportster dient zich nog niet aan. 'Als ik zo kan blijven lopen, is er geen enkele reden om te stoppen. Ik richt me voorlopig nog op mijn beste tijden. Vorig jaar liep ik de halve marathon in 1.21.58, een Europees record 50+. Verder bezit ik het wereldrecord op de dertig kilometer (1.57.23, 45+, WvA). Marathons wil ik blijven lopen zo lang ik ze binnen de drie uur loop. Het blijft de moeite waard om er zoveel voor te trainen. Stop ik, dan blijf ik misschien nog wel een beetje lopen om te bewegen. Ik ben als de dood dat ik honderd kilo ga wegen. Ik heb aanleg om zwaar te worden. Met mijn vijftig kilo ben ik niet zo licht voor een marathonloopster. Er kan best nog wat af.'
Lees ook:
De weg-ambities van Siem Herlaar
De zware strijd van Ad Heijdens
MANNA KWAK
geboren 14 december 1944
woonplaats Huizen
lengte 1.64 meter
gewicht 51 kilo
club AV Zuidwal
trainer Michel Lukkien
sponsor Optilens Amsterdam
beroep coupeuse
RECORDS
10 kilometer 36.32
15 kilometer 56.47
halve marathon 1.21.58
30 kilometer 1.57.23
marathon 2.47.36