![]() |
De running industrie groeit en bloeit. Elk jaar moet u weer op zoek naar nieuwe schoenen of de directe opvolger van die zo lekkere oudjes. Wat echter nooit verandert, is de anatomie van uw voet. Ook de inzichten hoe u die tweemaal 26 botjes voorziet van een passend jasje, wijzigen slechts in geringe mate.
Toch vormt de hier gepresenteerde theoriecursus voor de meesten de noodzakelijke eerste stap op het pad naar de juiste keuze en aankoop in de winkel. Heeft u problemen met de op deze pagina genoemde begrippen, open dan in een apart scherm onze lijst met technische termen.
Het kopen van nieuwe loopschoenen is te vergemakkelijken door een antwoord te vinden op de volgende vragen:
Welke blessures heb ik gehad?
Welke schoenen voldeden in het verleden?
Welk voettype heb ik?
Hoe is mijn voetafwikkeling?
Wat is mijn lichaamsgewicht?
Een minder leuk onderwerp, waaraan hier toch de nodige tekst dient te worden besteed. Wie heeft nog nooit een blessure gehad? Gelukkig zijn er veel lopers die hierop antwoorden: ik. Lopers die meestal in een rustig tempo genieten van het lopen en van hun omgeving, en die sportief bewegen veel belangrijker vinden dan presteren. Het is echter een feit dat talloze blessures, ondanks ruim dertig jaar serieuze loopschoengeschiedenis, niet konden worden voorkomen. Of zelfs werden veroorzaakt door het zo geadoreerde schoeisel. Desalniettemin blijven stabiliteit en schokdemping de toverwoorden in schoenenland.
Voor de gewraakte klachten worden omschreven, moet een belangrijke menselijke oorzaak worden verklapt: overpronatie. Een bioloog met zeer vooruitziende blik heeft miljoenen jaren geleden bedacht dat de voet zelf zware schokken moet kunnen opvangen. Daartoe zakt de voet tijdens en na de landing op de grond volautomatisch in en kantelt licht naar binnen, zodat de ergste klap keurig wordt opgevangen. Dit heet proneren. Deze volledig natuurlijke, schokdempende, kantelende beweging wordt geremd en gecontroleerd door een aantal onderbeenspieren, met name die van het scheenbeen.
Nu de mens echter hard wil lopen en ook nog schoenen draagt, is er maar al te vaak sprake van overpronatie: de voet kantelt te ver naar binnen. De slimmerd die dat bedacht, vond niet alleen de oorzaak van veel klachten en blessures. Hij gaf bovendien de industrie een fraaie voorzet, die sinds het begin van de jaren tachtig veel punten opleverde, voor loper en fabrikant. Want het bouwen van een stabiele schoen en het daardoor voorkomen van overpronatie is, naast het dempen van schokken, de belangrijkste missie in de schoenenindustrie. Welke klachten levert matig schoeisel echter op?
Plantair fasciitis
Moeilijke benaming voor een veelvoorkomende ontsteking van het grote peesblad onder de voet. Door overpronatie zakt het voetgewelf in, zodat dit peesblad sterk wordt opgerekt. Dit geeft een irritante pijn onder de voet, vaak in combinatie met een pijnpunt onder de hiel.
Achillespeesontsteking
De instabiliteit die hoort bij overpronatie, kan een vergrote rek aan de binnenzijde van de achillespees geven, zodat de overbelaste pees bij druk pijnlijk aanvoelt.
Tibialis posteriorsyndroom
Dit is een irritatie van een van de scheenbeenspieren die de overpronatie proberen tegen te houden. Er ontstaat dan een scheenbeenvliesontsteking of een peesontsteking van de betreffende spier. Hierbij is een sterke drukpijn aan de binnenzijde van het scheenbeen te voelen.
Knieklachten
De knieën kunnen geblesseerd raken door een versterkt naar binnen kantelen (overpronatie) en door te veel torsie (draaiing van de voet).
Infrapatellaire tendinitis: een ontsteking van de pees onder de knieschijf, waarbij er drukpijn ontstaat.
Retropatellaire chondromalacie: een beschadiging van het kraakbeen onder de knieschijf, wat vaak verspreide klachten veroorzaakt, die niet duidelijk gelokaliseerd kunnen worden.
Iliotibiaal frictiesyndroom: deze door (onder meer) instabiliteit veroorzaakte klacht zorgt voor een pijnlijke plek aan de buitenzijde van de knie. De pijn ontstaat door het frictioneren van een groot, langwerpig peesblad aan de buitenzijde van het bovenbeen (tractus iliotibialis) langs een benige knokkel (zijkant kniegewricht).
Stressfractuur
Fissuren of stressfracturen zijn haarscheurtjes in met name het scheenbeen, die meestal ontstaan door onvoldoende schokdemping. De loper kan de lokatie van de fissuur vaak duidelijk aangeven.
Basistechnieken
Staat uw klacht in het voorgaande beschreven? Gefeliciteerd! De weg naar een oplossing door middel van het correcte schoeisel is ingeslagen. Fabrikanten hebben heuse laboratoria ingericht, maar ontkomen geen van allen aan de navolgende reeks basistechnieken van een goed functionerende loopschoen. In vakkringen is dan ook sprake van de ‘functionele loopschoen’, die voor u veel geschikter is dan het modieuze geval dat in drukke winkelstraten binnen vijf minuten over de toonbank gaat. De realiteit is echter wel dat de massale aankoop in deze fashion-markt de ontwikkeling van de functionele loopschoenen financiert.
Naast de door afzonderlijke fabrikanten bedachte technologieën (zie de lijst op pagina 14 en 15), beschikt een goede loopschoen over de volgende basistechnieken om blessures te voorkomen:
Hielkap
De hielkap (contrefort) is vervaardigd van thermoplastisch of thermohard kunststof. Thermoplastisch materiaal wordt, in tegenstelling tot thermohard kunststof, in de fabriek (door verhitting) in de vorm van de hiel geperst. De hielkap is noodzakelijk om het hielbeen te fixeren in de schoen. Een externe hielkap zorgt voor nog veel meer stabiliteit.
Hielkapsteunband
Deze rand of hielstabilisator om de hielkap verstevigt de basis van de hielkap op de tussenzool. Nog meer stabiliteit dus.
Kuipzoolconstructie
Dit is een moderne variant van de externe hielkap of de hielkapsteunband, waarbij de buitenrand van de tussenzool in het hakgedeelte naar boven oploopt. Het levert een comfortabele fixatie van de hiel op.
Flare-stand
De flare-stand zorgt voor een van boven naar beneden schuin aflopende tussenzool. Dit verstevigt de positie van de hielkap en de eventuele steunrand, en waarborgt een extra fixatie van het hielbeen in de schoen. Alweer stabiliteit.
Tussenzool
Bij het landen tijdens het lopen ontstaat een kracht op de voet van maximaal drie keer het lichaamsgewicht. De tussenzool moet deze schok, samen met de voet, opvangen. De tussenzool bestaat in de regel uit EVA (Ethyl Vinyl Acetaat), PU (polyurethaan) of een combinatie van deze materialen. De dempingssystemen van de verschillende fabrikanten bieden meestal ook extra stabiliteit. Afhankelijk van de plaatsing van die systemen ontstaat een dempende, stabiliserende of zelfs sturende werking. Het gewicht van de loper bepaalt de hardheid van de tussenzool. Hoe zwaarder de persoon, hoe harder de tussenzool moet zijn. Demping, veel demping en nogmaals stabiliteit.
Inlegzool
De inlegzolen (niet de corrigerende van de orthopedisch schoenmaker) worden tegenwoordig soms ook al van dempend EVA gemaakt.
Slijtzool
Met de slijt- of buitenzool wordt steeds meer geëxperimenteerd. De meest voorkomende verbetering is het zeer slijtvaste rubber dat wordt aangebracht onder de hak (buitenkant), waar de meeste lopers lan-den. De rest van de buitenzool is veelal van meer dempend materiaal (blown rubber).
Buigingszone
Een buigingszone in de tussenzool zorgt ervoor dat de schoen kan buigen op de plaats waar de voet zelf buigt: ter hoogte van de bal van de voet. Flex grooves in de buitenzool vergemakkelijken tevens de afzet.
Teensprong
De voorzijde van de zool loopt schuin af (omhoog) om de afwikkeling en afzet te vergemakkelijken.
Pasvorm
Lest best. Het passen is een essentieel moment tijdens de aankoop van een schoen. Maar pasvorm is niet zichtbaar, die moet je voelen. Een correcte leest, waarop de schoen wordt gebouwd, vormt dan ook het geheim van de schoenmaker.
De hiel dient maximaal gefixeerd te worden en dat tijdens de gehele afwikkeling. Daarom is het van belang dat de breedte van de hiel overeenkomt met de breedte van de hielkap. De hielkap moet bol, hoog en lang zijn en in het meest bolle gedeelte moet het onmogelijk zijn om de kap in te drukken. Wanneer u in de schoen staat, met de veters los, mag er tussen de zijkanten van de hielkap en de hiel geen ruimte zijn voor een vinger. Wandelt u daarna zo weg, dan mag de schoen niet slippen.
De voorvoet moet zodanig in de schoen passen, dat het materiaal van de schoen exact om de voorvoet sluit. Hierdoor wordt voorkomen dat de voorvoet in de schoen kan verschuiven. De kans op blaren is hiermee zo klein mogelijk gemaakt en de stabiliteit wordt verder vergroot.
De pasvorm in de lengte is heel persoonlijk. Een halve centimeter ruimte tussen het einde van de schoen en de langste teen is echter een goed uitgangspunt. Het is voorts essentieel dat de schoen wordt gepast aan het einde van de dag of na een training, omdat de voet dan dezelfde lengte en breedte heeft als tijdens het lopen.
Kent u ze nog de: Asics X-Caliber GT, de Karhu Synchron, de Brooks Chariot of de Nike Pegasus? Eén schoen past niet helemaal in het rijtje toppers uit de jaren tachtig, omdat dit model (de Synchron) nog steeds wordt gemaakt én verkocht. De andere zijn inmiddels in de vergetelheid geraakt, hoewel de Pegasus inmiddels ook aan een tweede, doch gewijzigd leven is begonnen. De meeste lopers zouden hun favoriete schoenen graag jaar na jaar kopen, maar de werking van de markt is anders. Over het verdwijnen of minder geslaagd opwaarderen van populaire modellen, klinken veel klachten. Tegenwoordig wordt echter steeds beter geluisterd naar de klant, en blijven goede modellen langer in de collectie. Zeker nu echt oude typen modeartikelen zijn geworden.
U zult altijd naar uw oude schoenen moeten kijken om iets te weten te komen over uw nieuwe. De slijtage van de buitenzool is de beste indicator, maar let ook op de slijtage van het bovenwerk. Verdere informatie komt uit de stand van het bovenwerk op de leest en de vorm van de tussenzool. De slijtage van zool A in de tekening rechtsboven hoort bij de ideale afwikkeling van een normale, neutrale voet. Zool B toont de slijtage van de ongelukkige loper met overpronatie (meer correctie in schoen vereist). Maar niet getreurd: u bent geenszins alleen, want meer dan de helft van de schoenen in
deze Koopgids is bedoeld voor overproneerders. Over het tegenovergestelde, supinatie (of onderpronatie), wordt tegenwoordig niet meer gesproken.
Naargelang de mate van de afwijking hangt de schoen uit het lood en komt soms zelfs aan de binnenzijde van de voet over de zool heen. Als de tussenzool vervormd is, kunt u de schoen rustig in de vuilnisbak gooien. De kans is groot dat het leven uit het ooit dempende materiaal is verdwenen. Bovendien kan bij asymmetrische afwijkingen de stabiliteit aanzienlijk zijn afgenomen. Na 1000 kilometer is zeventig procent van de schoenen op en na 1500 kilometer is het boek helemaal uit.
Let ook eens op uw vetersluiting. De twee vetersluitingen dienen vrijwel evenwijdig aan elkaar te lopen. Als alles fors moet worden aangetrokken, zijn uw schoenen te breed. Of gaapt er juist een enorm gat, waarachter duidelijk de tong van de schoen zichtbaar is? Dan zijn uw schoenen te smal. Zorg voor een goede pasvorm, zodat uw voeten
– mede door verstevigingen van het bovenwerk – veel beter worden gestabiliseerd. Neem uw oude schoenen mee naar de winkel. De verkoper behoedt u voor verder leed, als daar al sprake van was.
Het wordt nu tijd om te bepalen welk voettype u hebt. U kunt zelf de badkamertest doen, maar beter werkt de podobaroscoop in de winkel: een glasplaat met daaronder een spiegel, die u haarfijn toont op welke voet u door het leven gaat. Ook blauwdrukken of apparatuur zoals een footscan kunnen dit vraagstuk aan. De belangrijkste vijf voettypen zijn:
![]() |
1 Normale voet
Een normaal gewelfde voet zorgt voor voldoende schokdemping en stabiliteit in zowel voorvoet, middenvoet als achtervoet.
2 Platvoet
Bij de platvoet is het hielbeen naar voren gekanteld en de middenvoet doorgezakt. Dit voettype heeft geen specifieke (aparte) ondersteuning nodig.
3 Knikvoet
Bij de knikvoet is het hielbeen naar binnen gekanteld. De loopschoen moet dan aan de binnenzijde meer steun bieden om het te ver naar binnen kantelen van het hielbeen (overpronatie) te voorkomen. De schoen dient niet alleen het hielbeen goed te omsluiten (hielkap), maar moet tevens een brede hak (basis) bezitten.
4 Knikplatvoet
Het hielbeen staat bij dit voettype naar voren én naar binnen gekanteld, en de middenvoet van de knikplatvoet is doorgezakt. Bij dit voettype moet een schoen worden gezocht met steun in de midden- én in de achtervoet, om het naar binnen kantelen van zowel middenvoet als hielbeen te verminderen.
5 Holvoet
Zowel het hielbeen als de middenvoet kent bij de holvoet een steile stand, waardoor de karakteristieke hoge wreef ontstaat. Dit voettype bezit weinig natuurlijke schokdempende eigenschappen, zodat het van groot belang is dat de loopschoen zelf voldoende demping biedt. Om tot een goede keuze te komen, is het van belang de hardheid van de tussenzool goed af te stemmen op het lichaamsgewicht.Zowel het hielbeen als de middenvoet kent bij de holvoet een steile stand, waardoor de karakteristieke hoge wreef ontstaat. Dit voettype bezit weinig natuurlijke schokdempende eigenschappen, zodat het van groot belang is dat de loopschoen zelf voldoende demping biedt. Om tot een goede keuze te komen, is het van belang de hardheid van de tussenzool goed af te stemmen op het lichaamsgewicht.
Deze vijf voettypen zult u in de tests steeds weer tegenkomen. Ze zijn een essentiële factor bij uw zoektocht naar de perfecte schoen. Meestal passen de typen 1, 2 en 5 in neutraal schoeisel en zoeken lopers met voettype 3 of 4 hun heil bij de (lichte) antipronatieschoenen. Er zijn echter uitzonderingen.
De voetafwikkeling mag voor u eigenlijk geen geheim meer zijn. De slijtage van uw oude schoenen (buitenzool en bovenwerk) en uw voettype zeggen al voldoende. Elk voettype veroorzaakt een specifieke afwikkeling van de voet, ofwel een eigen weg vanaf de landing op de hak tot en met het afzetten met de voorvoet. Een overpronerende loper die in een heel slechte schoen rondloopt, kan behoorlijk naast z'n schoenen lopen. Dat moet u dus met het juiste model zien te voorkomen, om zodoende de afwikkeling van een neutrale loper te kunnen benaderen.
Vraag een collega eens om naar uw afwikkeling te kijken door achter u aan te lopen. In de winkel wordt vaak een loopband met video-opname gebruikt, maar de gedwongen loop op een onbekende loopband levert geen waarheidsgetrouw beeld op. Een loopbaan van zo’n twintig tot dertig meter (er zijn speciaalzaken met deze voorziening) en een voldoende snelle camera tonen de juiste beelden. En misschien blijkt daarbij dat u slechts licht overproneert. Ook daarvoor onderscheidt onze Koopgids Loopschoenen een aparte categorie modellen.
De neutrale loper hoeft nauwelijks te beschikken over een schoen met stabiliserende systemen. Voldoende schokdemping, afhankelijk van het lichaamsgewicht, volstaat in feite al. Iets meer stabiliteit kan overigens helemaal geen kwaad. Bij overpronatie is het oppassen geblazen: dit proces wordt bevorderd door... loopschoenen. U staat met schoenen aan hoger (op de zolen) en verlengt daardoor de afstand tussen het grondcontact en de as van draaiing van uw voet. De pronatieweg wordt zo verlengd en de kans op overpronatie is dan groter. Schoenen zijn echter onmisbaar. Is het niet vanwege de gevaarlijke, oneffen ondergrond, dan is het wel door de gewenning van de voet aan de schoenen zelf en aan moderne plaveisels als klinkers en asfalt.
Het gebruik van een goede hielkap en verschillende materialen (in hardheid) in de tussenzool leent zich bijzonder goed voor steun en correcties (meer stabiliteit). Vooral aan de mediale (binnen)zijde van de tussenzool worden vaak speciale materialen en systemen geplaatst om overpronatie tegen te gaan. De constructie van de leest biedt eveneens mogelijkheden. Door een hardere plaat als onderbouw van schoenen te gebruiken (full board), in plaats van de comfortabelere mocassin genaaide versie, wordt de voet stabieler door de afwikkeling geleid.
We naderen de ontknoping van dit ogenschijnlijk ingewikkelde proces, dat voor ervaren lopers nauwelijks nog geheimen kent. Uit de combinatie van de voorgaande vragen
en antwoorden, met daarbij uw lichaamsgewicht, blijft in eerste instantie een groot aantal geschikte modellen uit deze bijlage over. Die selecteert u op de overzichtsposter. Na lezing van de afzonderlijke beoordelingen kan al gauw de helft van de geschikte modellen op individuele gronden worden geschrapt. Kijkt u nog eens goed naar alle gegevens, dan blijven misschien twee of drie schoenen over en is het tijd om naar een gerenommeerde winkel te stappen.
Vraag aan andere lopers welke speciaalzaak het beste schoenadvies en (later) de beste service biedt. Er zijn zelfs winkels die schoenen, na miskoop, omruilen. De verkoper had immers beter moeten weten. Die kent alle ins en outs uit dit artikel, en nog véél meer. En hij of zij behoedt u voor de grootste fout: direct verliefd kilometers lang (de marathon!) met uw nieuwe pantoffels op pad gaan. Succes!
Ga nu naar de startpagina schoentesten om uw keuze uit de vele modellen te maken.