![]() |
Hicham El Guerrouj heeft op 31-jarige leeftijd een punt achter zijn carrière gezet. Tijdens een persconferentie verklaarde de Marokkaan dat het tijd wordt om een nieuw leven te beginnen. El Guerrouj won tijdens de Olympische Spelen van Athene (2004) goud op de 1500 en 5000 meter. Op de 1.500 meter veroverde hij bovendien 6 wereldtitels. Tevens is hij op die afstand houder van het wereldrecord met 3.26.00. Als eerbetoon aan een van de grootste middenafstandlopers uit de geschiedenis publiceren wij op Runnersweb integraal het exclusieve interview dat Kees Kooman in 1995 met hem had.
--------------------------------------------------------------------------------
Volgens insiders zal hij het wereldrecord op de 1500 meter de volgende eeuw binnendragen. Hij ziet er uit als een jongetje, jonger dan de twintig levensjaren die in zijn paspoort zijn aangegeven. Hicham El Guerrouj. Onthoud zijn naam, geniet straks bij de wereldkampioenschappen van zijn prachtige stijl. Zoon van een broodjesverkoper, kampioen in aantocht. Als Allah het wil. Het verhaal van een atleet met een bijzonder hoog zuurstofopnamevermogen en navenant zelfvertrouwen. ’Ik heb tien jaar uitgetrokken om al mijn talenten uit te buiten.’
In een buitenwijk van Rabat ligt de uitvalsbasis van de Marokkaanse atletiektop. Het Complexe Sportif Prince Moulay Abdellah biedt plaats aan een stadion en een gebouw waarin de nationale atletiekfederatie is gevestigd en ’interne’ sporters – meestal jong en onervaren, maar brandend van eerzucht – hun huisvesting hebben. Vlakbij het laatste onderkomen is een moskee in aanbouw. Allah is groot, maar om naar menselijke (sportieve) maatstaven grootheid te verwerven, is het geraden Hem regelmatig in gebed aan te roepen.
Een gesprek met Hicham El Guerrouj, waarschijnlijk het grootste talent dat momenteel rondloopt in de mondiale baanatletiek, betekent ook een gesprek over religie. Soms tot radeloosheid van de Nederlandse verslaggever, die voldoende bijbelvast is en wiens Marokkaanse missie in eerste instantie niet bepaald bedoeld was om in godsdienst te worden onderwezen. De allereerste vraag zal typerend zijn voor het interview. Maar ook typerend voor het zelfvertrouwen van
de nog maar twintigjarige 1500-meterloper.
Wanneer realiseerde jij je dat je een wereldtopper zou kunnen worden?
El Guerrouj: ’Ik geloof niet in het onbekende. Alleen God weet wat er in het verschiet ligt. Op een dag zal ik kampioen zijn. Op welk niveau, wanneer en waar, weet ik niet. Alleen God kan antwoord geven op die vraag.’ Pas veel later zal hij het ogenblik uit zijn geheugen graven, waarop voor de eerste keer zijn ambitie werd gevoed, maar voorlopig neemt het vraaggesprek een bijna Kafkaiaanse wending.
Je bent religieus?
’Ik ben Moslim, ik bid voor een wedstrijd.’
Op de baan?
’Ik bid regelmatig. En bij een wedstrijd vlak voor de start. Voor het gebed moet je clean zijn, je moet als het ware je ziel schoonwassen. Dat doe ik in het hotel, vlak voordat ik naar het stadion ga.’
Je krijgt van God de keuze: een wereldrecord of de wereldtitel...
Lachend: ’Als er geschreven staat dat het een wereldtitel zal zijn, zal het een wereldtitel zijn. Als de almachtige heeft gekozen voor een record, zal het een record zijn.’
Nee, je moet kiezen!
El Guerrouj, nu duidelijk in verlegenheid: ’Ik kan niet kiezen. Het één is even belangrijk als het ander. Bovendien helpt het ene doel om het andere te bereiken.’
Zinderend tempo
Hij heeft zojuist een training achter de rug met Brahim Lahlafi, wereldtopper op de 5000 meter: een lange duurloop in een zinderend tempo. De lente zoekt aansluiting bij de zomer. Dat betekent in Rabat een temperatuur van 25 graden. Nu het internaat wordt verbouwd, verblijven de toppers in een hotel dat naast het station gelegen is.
Voetbalselecties slapen hier ook. Dat wil zeggen: automatisch herrie tot diep in de nacht en bepaald geen ideale verblijfplaats voor topatleten die twee of drie keer per dag trainen. Maar buiten is het behaaglijk. Op een veld nabij het stadion zweten atleten en voetballers eensgezind, de laatsten àltijd schreeuwend.
Het klimaat is één van de grote voordelen van de Marokkaanse atletiek, zo zal Lahsen Samsam, technisch directeur voor de jeugd, later uitleggen. El Guerrouj staat op het punt om af te reizen naar een trainingskamp in Ifrane, dat op een hoogte ligt van 1600 tot 1800 meter. In de voorbereiding op de wereldtitelstrijd zal hij tijdens een hoogtestage in Davos (2400 meter) of misschien op zeeniveau op het Nederlandse sportcentrum Papendal de puntjes op de i zetten. Vanzelfsprekend: ’Als Allah het wil.’
Volgens manager Mohamed Aziz Daouda is er geen twijfel mogelijk: Hicham El Guerrouj is de atleet die de 1500 meter de volgende eeuw zal binnenloodsen en misschien ook de 5000 meter. ’Aan die lange afstand’, zegt de hoofdrolspeler van dit verhaal zonder een spoor van hoogmoed, ’zal ik mij pas wagen, als ik in staat ben 12.56 of sneller te lopen.’
Zijn landgenoot Saïd Aouita was tot vorig jaar wereldrecordhouder op de 5000 met 12.58.39. Daouda: ’Het is verleidelijk hem te vergelijken met Aouita, maar El Guerrouj laat zich niet vergelijken en zeker niet met Aouita. Zijn persoonlijkheid is voor een twintigjarige jongen volstrekt uniek. Hij is zeer toegewijd aan hetgeen hij het belangrijkste vindt, atletiek. En hij kent beter dan wie ook zijn grenzen.
In 1990 zag ik hem bij een cross voor het eerst lopen. Ik vroeg of hij uitgenodigd wilde worden voor onze atletiekschool. Hij wilde voor- en nadelen tegen elkaar afwegen en vroeg bedenktijd. Twee maanden later belde hij mij op. Ja, ik doe het. Let wel, wij hebben het over een vijftienjarige jongen, die op een dergelijk koele wijze beschikt over zijn toekomst.’
Schoolvoorbeeld
De wereldkampioen indoor is een schoolvoorbeeld van het Marokkaanse systeem. Een tiental coaches is full-time bezig met het continueren van de successtory. Daarnaast werkt een vijftigtal op regionaal niveau voor de clubs. De medische begeleiding is voortreffelijk. De scouts speuren in de provincie – vooral bij crossen – met de blik van adelaars naar talent.
El Guerrouj, zoon van een broodjesverkoper, verhuisde van zijn woonplaats Berkani naar de ’Nationale school voor de middenafstand’ in Rabat, 400 kilometer verderop. Daar werd Kada Abdelkader, voormalig Marokkaans kampioen op de 10.000 meter, zijn talisman en trainer.
Deze kent de erelijst van zijn pupil uit zijn hoofd. Op 15-jarige leeftijd kampioen bij de kadetten op de 1500 meter (3.53!), een jaar later brons bij de wereldkampioenschappen voor junioren in Seoul. Op de 5000 meter. ’Bij een voorafgaande test op de 3000 meter klokte hij 7.55. Hij werd ook veertiende bij de WK cross in Boston. Vervolgens stond hij bijna een half jaar buitenspel vanwege een blessure.’
Bij die laatste opmerking hoort een bizar verhaal. Tijdens een stoeipartij onder de douche in het atleteninternaat gleed El Guerrouj uit en scheurde een spier in zijn schouder. Hij vertelde zijn coaches niets, omdat hij zijn selectie voor de WK cross (1993) niet in gevaar wilde brengen. De pijn verbijtend eindigde hij weer op de veertiende plaats, ver beneden zijn kunnen. Aan de hand van Aouita, een jaar lang hoofdcoach van de Marokkaanse atletiekbond (tot hij ruzie kreeg), werkte de talentvolle junior aan zijn rentree.
Sinds vorig jaar werken Abdelkader en El Guerrouj weer samen. Als de naam van Aouita valt, treedt een pijnlijke stilte in. Abdelkader: ’Ik weet niet waarom hij weg is. Ik geloof dat er problemen waren.’ Het blijft tijdens de Marokkaanse missie lang een onbespreekbaar onderwerp, behalve – zo blijkt straks – voor de jonge El Guerrouj en zijn manager Daouda.
Aouita, nog wereldrecordhouder op de incourante 2000 meter, zegt zich serieus voor te bereiden op een rentree. De meeste bondsofficials hullen zich in stilzwijgen. Het is een publiek geheim dat het nationale monument van de midden- en lange afstand lastig was om mee samen te werken. Zo goed hij was als atleet, zo moeilijk is hij als mens.
Ongebruikelijke dubbelrol
Het zijn niet de woorden van Aziz Daouda, de nieuwe sterke man van de Marokkaanse atletiekfederatie. Hij vervult een tegenwoordig zeer ongebruikelijke dubbelrol in de internationale atletiek: manager en technisch directeur van de senioren. ’Persoonlijk’, zegt hij minzaam, ’vind ik het de ideale combinatie. Iemand die verstand heeft van atletiek en niet in de eerste plaats uit is op geld, zoals bij de meeste managers het geval is.’
Volgens Daouda was het op aandringen van Saïd Aouita dat de atletiekschool, die zoveel talent had voortgebracht, werd gesloten. Deze eigenzinnige en merkwaardige maatregel (inmiddels, maar zeer onlangs weer teruggedraaid) leidde tot de val van de grote atletiekkampioen. Dat is de lezing van Daouda.
Lahsen Samsam, een voormalig kogelstoter van internationaal niveau, zegt dat de faciliteiten van het jeugdinternaat hoog nodig toe waren aan renovatie en dat dàt de voornaamste reden was om de poorten twee jaar te sluiten. De jeugdcoördinator, die vanaf 1982 voor de Marokkaanse atletiekbond werkte, verdween tijdens het schrikbewind van Aouita een jaar van het toneel. ’Als je mij vraagt waarom, moet ik je het antwoord schuldig blijven. Ik weet het echt niet.’
Jongstleden juli trad het internaat weer in werking met zestig getalenteerde junioren tussen de 16 en 20 jaar. Daarmee is volgens Samsam het tij net op tijd gekeerd. ’Een volgende succesvolle generatie is in aantocht.’
Hicham El Guerrouj spreekt de naam van Saïd Aouita met eerbied uit. Het is een goed moment om terug te komen op zijn vreemde antwoord op de openingsvraag. Later zegt hij, op een volstrekt onverwacht moment, dat Aouita zijn inspiratiebron was. ’Ik zag hem in 1987 in Rome het wereldrecord op de 5000 meter lopen. Dat was de eerste keer, dat ik dacht op een dag ook atletiekkampioen te worden, net als Aouita.
Epicentrum
Net als hij concentreer ik mij op de 1500 meter. Ik vind het de mooiste discipline van de atletiek. Het is het epicentrum van alle afstanden. Het is het nummer van de grote kampioenen: Cram, Coe, Aouita. Van daaruit kun je uitstapjes maken naar de 800 of, zoals Aouita heeft gedaan, de 5000 meter.’
Er is veel kritiek op Aouita. Hij is een idool en een moeilijk persoon. Jij lijkt mij daarentegen helemaal niet gecompliceerd.
’Aouita heeft veel gedaan voor Marokko. Ik heb het dan niet over de problemen die hij met de bond heeft. Daar wil ik ver vanaf blijven. Ik respecteer hem als atleet. En als mens? Wat mij betreft is er geen verschil. Ik heb van hem geleerd tactisch te lopen, agressiever te zijn en 3.33 te lopen, vorig jaar de vijfde tijd van de wereld. En ik heb vooral geleerd hoe ik mijn zelfvertrouwen moet benutten. Als ik bijzondere problemen heb, kan ik hem ieder moment bellen.’
Als deze Runner’s World uitkomt, is Marokko’s hoop in bange dagen met zijn ploeggenoten op hoogtestage in Font Romeu. De WK-selectie is eind juni vastgesteld aan de hand van de internationale ranglijsten. El Guerrouj heeft tot nu toe, bij het sluiten van deze pagina’s, een beste seizoentijd van 3.34.28 op zijn naam staan, in Hengelo gerealiseerd.
Kada Abdelkader is niet bijster te spreken over die prestatie en vooral niet over het aandeel van de hazen. ’Ik denk dat hij nu klaar is voor een tijd van omstreeks de 3.32. Binnen enkele seizoenen zal hij onder de 3.30 lopen. Maar dan moet hij eerst aan snelheid winnen.’ De trainer zegt het op de vanzelfsprekende manier, waarop een klant bij de bakker een heel gesneden bruin bestelt.
Afhankelijk van de vorderingen in Font Romeu wordt besloten of El Guerrouj zich in de laatste fase voor ’Göteborg’ voorbereidt in Davos of op Papendal. Abdelkader: ’Als wij vooral aan de snelheid moeten werken, blijven we op zeeniveau. Staat de techniek of het uithoudingsvermogen centraal, dan gaan wij naar Davos.’ Op de vraag wat de sterkste eigenschap van zijn pupil is, hoeft de coach niet lang na te denken. ’Zijn ritmegevoel. Wij zijn nu bezig zijn snelheid aan te scherpen.’
Dat betekent onder meer een training van tien keer 400 meter in 58 seconden met een herstelfase van anderhalve minuut. Duurlopen en krachttraining behoren ook tot de dagelijkse kost. Het loopwonder zegt in tegenstelling tot de meeste andere midden- en lange-afstandsatleten geen hekel te hebben aan een verblijf in het haltercentrum. ’Zonder krachttraining kun je de 1500 meter wel vergeten.’
Bijna even nuchter reageert hij op de moeilijkheidsfactoren van hoogtestages. ’Het is een must voor alle toppers. Ik weet precies wanneer ik ’naar beneden’ moet. Het hangt ervan af hoe ik mij voel. Ik ken mijn lichaam, ik ben gewend aan deze vorm van training.’
Samsam voegt daaraan toe: ’Een uitstekende kennis van je eigen lichaam is het geheim van iedere goede atleet. De talenten van El Guerrouj zijn naar mijn mening vooral van fysieke aard. Toen hij als junior voor het eerst medisch werd doorgelicht, bleek hij over een bijzonder hoog zuurstofopnamevermogen te beschikken. Hoger dan bij andere talenten.
Als schooljongen was hij al superieur. Hij kan verder ook bogen op zeer geschikte spiervezels en meer uithoudingsvermogen dan snelheid. Daarnaast heeft hij een zeer goede coach, die hem volkomen begrijpt.’
De armoede is in Marokko een stimulans om voor atletiek te kiezen.
Samsam: ’Dat is één van de geheimen van ons succes. Als het je sociaal-maatschappelijk voor de wind gaat, is er geen aanleiding om sportief het onderste uit de kan te halen om jezelf te verbeteren. Geld inspireert. Aouita is schatrijk. Hij is een voorbeeld voor alle jongeren. Je kunt twee dingen doen: hard studeren om dokter te worden of hard trainen om als topatleet door het leven te gaan.’
inspiratiebron
El Guerrouj: ’Ik hoop door mijn sport mijn ouders terug te kunnen geven, hetgeen zij voor mij hebben gedaan. Laat ik dat benadrukken. Maar ik loop niet in de eerste plaats voor het geld. Roem is mijn inspiratiebron. Ik wil net zo beroemd worden als Saïd Aouita.’
Dat is, zegt hij, de reden dat hij de ogen sluit, wanneer hij leeftijdgenoten plezier ziet maken. Het is het moeilijkste deel van zijn vak, laat daar geen misverstand over bestaan. ’Ik vermijd nachtclubs en het uitgaansleven. In de eerste plaats omdat ik er niet van houd. Wat ik wel heel erg mis, zijn de alledaagse dingen. Zoals een ommetje maken op straat. Of gewoon, thuis kletsen met m’n familie.’
Hij heeft drie broers (de jongste loopt ook) en vier zusters, die hij gemiddeld twee keer per jaar ziet. Met huilend hart. ’Als ik, zoals de meeste anderen, door het leven zou dansen, blijft het ereplatform uit zicht. Het zal moeilijk genoeg zijn om kampioen te worden, maar nog veel moeilijker het te blijven. Om al mijn talenten uit te buiten, moet ik offers brengen. Daarvoor heb ik voor mijzelf tien jaar uitgetrokken. Tien jaar en niet meer. Op mijn dertigste wil ik trouwen en van een gezinsleven gaan genieten.’
Tot slot luisteren wij naar Aziz Daouda. ’Wij moeten erop hameren dat Hicham nog zo jong is. Persoonlijk geloof ik dat hij over twee jaar in staat zal zijn de 1500 meter in 3.25 of 3.26 te lopen. Intussen moeten wij zuinig op hem zijn. Oké, je bent goed, maar je hebt de tijd. Het is de plicht van iedereen binnen de bond om dat telkens tegen hem te zeggen. Wat daarop zijn antwoord is? O, hij is het daar helemaal mee eens!’
Tekst: Kees Kooman