Het grint van ons erf in Couvin knerpt onder mijn voeten en met een zucht druk ik op het stopknopje van mijn horloge. Vier uur, 43 kilometer, 1500 hoogtemeters. Mijn eerste ultra zit er op. Nauwelijks meer dan een marathon, maar toch. Ik vul een glas met water, breek een stuk van een baguette en zijg neer op een keukenstoel in onze rustieke gite. “En bedankt!”, brullen mijn kuiten.
Diezelfde kuiten trappen wonderwel ‘s middags onze auto naar Dinant, wandelen door de bloederige geschiedenis van de Citadel en spurten soepel achter onze peuter aan als hij weer eens ontsnapt. Geleidelijk begin ik te geloven dat ultra’s niet zijn weggelegd voor zwakzinnige mensen met een suïcidale afwijking. Wij mensen kunnen dit, zelfs een kantoorpik zoals ik. En je hoeft niet eens zo diep te gaan.
Wat is diep gaan? Doorlopen terwijl het lichaam protesteert met pijn, helse pijn. Mind over matter. De voldoening na zo’n tamelijk schizofrene ervaring is immens. Ik zal nooit vergeten hoe ik na de Midwinter Marathon 2004 als een gelukzalige gans door het finishvak waggelde.
Toevallig sprak ik de afgelopen maand met twee totaal verschillende lopers over diep gaan. Een voormalig Nederlands kampioen triatlon lachte me vierkant uit toen ik vertelde over zere benen na een marathon. “Dat is nog niets. Tegen het einde van een triatlon lag ik soms kilometers op kop met iemand in mijn kielzog. Je weet dat je harder loopt dan goed voor je is maar stoppen komt niet in je op. Op een gegeven moment was ik alleen nog maar een paar malende benen met een romp erop. De pijn na afloop is onbeschrijflijk.”
De andere loper is een enthousiaste beginner die nauwelijks een maand aan het Start to Run programma meedoet. “Vroeger schaatste ik. Mijn coach zei dat ik best een goeie had kunnen worden. Ik kon alleen niet diep gaan. Hoe dat komt, is heel moeilijk te zeggen. Om diep te gaan moet je competitief zijn en alle rationele argumenten kunnen uitschakelen.”
In juli ga ik 78 kilometer door de Alpen lopen. Na mijn eerste, echte ultratraining is er iets van vertrouwen ontstaan dat ik dit kan. Ik zal diep moeten gaan. En er blijft een gerede kans dat ik de zwartste uurtjes van mijn hardloopleven ga meemaken. Voorlopig droom ik van een dag zoals Patrick Makau die had tijdens de Rotterdam Marathon: “I was so happy. I ran with my heart.”
Tim van der Veer
Mei, 2010
Meer columns van Tim