Een van de stomste boeken die ik ooit gelezen heb, is Taal is zeg maar echt mijn ding van Paulien Cornelisse.
Aangezien taal mijn ding is, had ik op basis van de titel veel zin in het boek. Het begin was goed. Poeh, dacht ik, wat gevat, spitsvondig, scherp. Maar naarmate de pagina’s vorderden, evolueerde mijn aanvankelijke blijdschap van weerzin naar walging.
Dit boek was geen ode aan de taal maar een reeks gewiekste vondsten, waarbij wij, argeloze gebruikers van de Nederlandse taal, consequent als onnozele stumpers werden bestempeld. Op Paulien zelf na, uiteraard. En zo ontsnapte wat mij betreft de lucht uit de soufflé. Wat achterbleef, was een kleffe hap met een uiterst dubieus smaakje. Uiteindelijk heb ik het boek op de barbecue gelegd, wat garant stond voor een knetterend vreugdevuurtje.
Ik moest aan Pauliens soufflé denken, toen ik op zoek ging naar een nieuw rugzakje. Daar mijn loopplannen voor de komende maanden betiteld kunnen worden als krankjorum, kwam ik tot de conclusie dat ik niet meer op pad kon zonder een paar liter water, astronautenvoedsel en een schone onderbroek. Na wat Googelen kwam ik erachter dat een rugzakje waarin je dat allemaal mee kunt zeulen zonder te veranderen in een zwalkende schildpad, een naam had. Wat ik zocht, was een bladder pack.
Van schrik klapte ik mijn MacBook dicht. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik word nog liever door mijn ganse gezin met porno betrapt dan dat ik met een bladder pack het bos inga.
Toen ik weer op adem kwam, besefte ik dat bladder pack maar het topje van de ijsberg is. Onze sport barst van de lelijke woorden. Denk maar eens aan stretchen, energiereep, shinsplint, gel, afwikkelen, zware benen en piramide training. Ik heb heel wat wenkbrauwen zien fronsen, als ik vertel dat ik een fartlek heb gelopen. Helemaal als ik er hakkenbillen achteraan plak. Nee, vanuit de taal beschouwd is het niet best met onze sport gesteld.
Eigenlijk is hardlopen al lelijk; het spreekt niet tot de verbeelding. Zeg tennis en je hoort de bal kaatsen, zwemmen en je ledematen malen door het water. En wie het woord yoga tien keer hardop uitspreekt, heeft de helft van de cursus er al op zitten.
Uit liefde voor de sport, en om niet in de valkuil te trappen die Paulien heet, legde ik het er niet bij neer. Is het een en al rompspanning, overpronatie en zweetband, of bestaat er ook schoonheid in het loopjargon? Gelukkig wel. Er is altijd hoop, getuige de laatste zin van deze column, waarmee ik meteen een gooi doe naar het Groot Nationaal Dictee: “Toen ik gedurende een progressieve duurloop werd verrast door een lentezon die als de hand van mijn geliefde door mijn nek gleed, schoot ik in een bizarre huppelpendelpas waarbij ik spontaan temporiseerde en door de tegennatuurlijke voorvoetlanding prompt hielspoor opliep.”
Tim van der Veer
Maart, 2010
Meer columns van Tim