Op tafel staat een beker. Mijn jongens dansen er als indianen omheen: “Vette beker, papa, zijn jullie nu kampioen?” Nee, na twee keer goud moest het schrijversteam van de Arbeiderspers zich tevreden stellen met zilver op het NK Estafette Marathon. Op zich een opzienbarende prestatie, omdat je een schrijver nu eenmaal eerder met whisky in de kroeg verwacht dan met een AA-tje in het Olympisch Stadion. Toch heb ik een kater.
Het begon mooi. Over de weilanden langs de A2 lag een donzig wolkendek. Hoofden van koeien staken er onnozel bovenuit, hopeloos op zoek naar hun poten. Het was zo’n ochtend dat je denkt: kom, we stellen de dood nog even uit.
Bij het stadion snorden helikopters hoog boven de duizenden lopers, die drentelden van kleedkamer, naar WC, naar startvak. Je kon de nervositeit bijna aanraken. In de business tent dronken we koffie, terwijl teamcaptain Bram Bakker ons stevig toesprak. Met de nadruk op stevig, want Bram praat zoals hij loopt: keihard. Ondanks de opgewekte toon was de boodschap helder: het ging om de eer, een zaak van landsbelang.
Met die boodschap in het achterhoofd toog iedereen naar zijn startpunt. In mijn geval betekende dat, huilend van de kou, achterop een brommertje naar Ouderkerk a/d Amstel. Bij het wisselpunt analyseerde ik mijn concurrentie. Hangwangen, bierbuikjes en lovehandles: mooi zo. Maar wie was die gestroomlijnde vrouw? O help, Anne van Schuppen! Snel sloeg ik een grote beker sportdrank achterover.
En toen was het zover. In een oogwenk nam ik het estafettebandje over van Simon van Woerkom. Wegwezen, heerlijk om eindelijk te mogen lopen. Een gouden zon viel in vlekken door de populieren langs de Amstel. Ik zette de pas er flink in en na 5 kilometer las ik 18 minuut 20 op de klok. Perfect. We draaiden het industrieterrein op en toen...
Au! Een felle steek in mijn zij. Ik kneep in mijn rechterhand om de pijn te verdrijven. Au! Oké, iets langzamer dan maar. Au! Luid vloekend kwam ik tot stilstand. Ademhalen, door je buik, rustig ademhalen. De seconden galmden door mijn hoofd. En langzaam kwam ik weer op gang. Sneller, sneller, sneller.
38 minuut 59. Dat is niet slecht, ik weet het. Maar het had zoveel beter gekund. Terug in de business tent zaten de schrijvers al aan het buffet. Alleen kapitein Bram bulderde nog wat na over falen en consequenties trekken, maar schakelde daarna snel over op kipsaté en bier.
Ik pak de beker in mijn hand: mijn verwrongen evenbeeld kijkt me peinzend aan. Dan piept mijn jongste zoon dat hij zich niet lekker voelt en voegt direct de daad bij het woord door gulpend over te geven. Einde estafette marathon.
Tim van der Veer
Oktober, 2009
Meer columns van Tim