Voor veel sporters betekent artrose in het kniegewricht (degeneratie van het kraakbeen) het einde van de sportcarrière. Toch is het met aanpassingen nog mogelijk actief te blijven.
De oorzaak van de structurele kraakbeen- en botveranderingen (géén slijtage) in een gewricht is erg variabel. Erfelijke factoren en standafwijkingen van een gewricht, zoals bij een ontwikkelingsstoornis van de heup, maar ook gewrichtsinstabiliteit en chronische gewrichtsirritatie kunnen bijdragen aan het ontstaan van deze onomkeerbare aandoening. Ook inactiviteit kan juist bijdragen aan de klachten. Operatief ingrijpen biedt weinig mogelijkheden, afgezien van het vervangen van het gewricht of standveranderingen. Een beperking van de sportbelasting of de keuze voor een andere sport is vaak nodig, waarbij vooral gekeken moet worden naar de reactie van het gewricht op de dagelijkse belasting en extra sportbelasting.
Een normaal gewricht zal overigens door sporten niet extra slijten. Het kraakbeen past zich aan en verdikt juist door regelmatige sportbeoefening en is daardoor beter bestand tegen de belasting die het gewricht ondergaat. In overleg met de behandelend arts zal gekeken moeten worden naar de (beperkte) belastingsmogelijkheden en via röntgenonderzoek zal de progressie van het artrosebeeld moeten worden vastgelegd. Over het algemeen zal hardlopen bij artrose in de knie problemen geven, maar hierbij geldt dat hardlopen op een zachte ondergrond binnen de irritatiegrens van pijn en zwelling te prefereren is boven inactiviteit met gewichtstoename en afname van spierkracht.
Terug naar Anatomie