Onze bovenbenen bestaan uit een aantal grote spiergroepen, gewrichten en andere anatomische structuren die ons tijdens het lopen een grote dienst bewijzen. Welke interactie tussen de structuren vindt er plaats? En wat als je geblesseerd raakt aan je knie of hamstring? Je leest het hier!
Het lichaam heeft een perfecte afstelling van de buigfunctie van de knie. Enerzijds om niet door de knie te zakken tijdens het staan, anderzijds door het mogelijk te maken de knie goed gecontroleerd te strekken. Met behulp van de zenuwen uit het ruggenmerg en controle door de hersenen, kan men de kracht en de snelheid van de strekbeweging van de knie prima bepalen om bijvoorbeeld een trap te kunnen oplopen. Maar ook voor het hardlopen is een goede en snelle kniestrekking een vereiste. Lees meer over de anatomie van de knie en diverse knieblessures.
Wanneer alleen de quadriceps als een sterke kniestrekker actief zou zijn, zou bij elk strekmoment de knie ernstig overstrekt raken, met een nadelig effect voor de kniebanden, de meniscus en het kniekapsel. Bij de strekbeweging worden daarom ook de hamstrings aangespannen. Doordat deze spieren voor de strekking tegengesteld werken, kunnen ze de kniestrekking doseren. Het strekken van de knie wordt dus gecontroleerd door een samenspel van de quadriceps en de hamstrings. Lees meer over de anatomie van de hamstring en diverse hamstringblessures.
Samenspel
Om het nog wat ingewikkelder te maken: de spieren aan de binnen- en buitenzijde van het bovenbeen, respectievelijk de liesspieren en het peesblad van dij tot knie, spelen samen met de kuitspieren ook nog een rol bij een simpele kniebuiging of een steunbeweging tijdens het lopen. Zittend op een stoel is de strekbeweging van de knie eenvoudig. Maar een afzetbeweging naar voren, zoals die bij elke pas plaatsvindt, wordt ook nog mogelijk gemaakt door de bilspieren, de heupbuigers, de kuitspieren en de scheenbeenspieren.
Terug naar Anatomie